Drie jaar sleutelen aan performancetests: wat we leerden met Traiectum

Een eerlijk verhaal over R&D: van een veel te ambitieus idee naar tests die je met een telefoon kunt doen.
Het begon in 2023, tijdens een afstudeerstage bij Mingle. Het idee klonk simpel: breng de performancetests die profclubs gebruiken naar de breedtesport. Geen speedgates van duizenden euro's, geen GPS-vesten, geen force plates, gewoon een telefoon, een paar pionnen en een goed protocol. We noemden het toen nog "minigames". Inmiddels zijn we drie jaar verder, hebben we bij heel wat clubs op het veld gestaan, en is bijna elk idee dat we destijds achter de laptop bedachten onderweg gesneuveld of flink omgegooid.
Dat is precies het verhaal dat we willen delen. Niet omdat het allemaal vlekkeloos ging, want dat ging het niet, maar omdat we onwijs veel hebben geleerd. En omdat we trots zijn op waar het uiteindelijk staat.
De les die we steeds opnieuw leerden: de praktijk is niet je laptop
Onze eerste versie was, achteraf gezien, hopeloos overgecompliceerd. We dachten dat we zo'n beetje alles met AI konden oplossen. Zo bouwden we een shot quality challenge: een test die met machine learning mat waar in het doel je schoot en hoe hard. Prachtig, op papier.
Tot er een auto langs de straat achter het doel geparkeerd stond met net iets te schone velgen. Het model zag die velgen vrolijk aan voor een bal. Een reclamebord met ronde elementen erop? Ook een bal. De challenge werkte fantastisch, zolang de omstandigheden maar perfect waren. En op een breedtesportveld op een dinsdagavond zijn de omstandigheden zelden perfect.
Daarna dachten we slim te zijn met de sprinttest. We zouden 'm makkelijk uit te zetten maken door de lijnen op het veld als markering te gebruiken. Geen meetlint nodig, briljant. Bij de allereerste club waar we ermee aankwamen, bleek het veld... geen lijnen te hebben.
Zo ging het keer op keer. Wat logisch lijkt achter een scherm, valt in de praktijk om. Dat wisten we ook alleen maar omdat we vanaf het begin telkens het veld op gingen. We hebben dit nooit eerst "af" gemaakt achter de laptop om het daarna te gaan testen; we waren vanaf dag één bij teams, soms met ideeën die nog half af waren. En de praktijk van de breedtesport is meedogenloos eerlijk: de meeste teams hebben één uur training en een half veld tot hun beschikking, en die testsessie verving dan gewoon de training van die avond. Daar moest alles in passen.
Dus pelden we af. Van zes verschillende tests naar vijf, en uiteindelijk naar drie tests waarmee je tóch meerdere fysieke kwaliteiten meet: een 30m sprint (acceleratie én topsnelheid), de Illinois agility test (wendbaarheid) en de Yo-Yo Intermittent Recovery test (voetbalspecifieke conditie). Minder tests, meer bruikbaar. Alleen al in die zoektocht stonden we zeker acht keer bij een team op het veld, en veel van die metingen waren puur om te leren, niet om te bewaren.
Waar Traiectum binnenkomt
Op een gegeven moment hadden we een set tests waarvan we dachten: dit wordt 'm. Eén ding was daarbij van begin af aan onveranderd gebleven: de tests zijn altijd wetenschappelijk gegrond. En precies daar zit onze samenwerking met Traiectum.
Traiectum is het sportinnovatie-ecosysteem in Utrecht-Oost, een samenwerking tussen vijf topsportclubs: FC Utrecht, SV Kampong, Hellas Utrecht, VV Utrecht en UZSC. Mingle is daar als innovatiepartner bij aangesloten. Via Traiectum konden we onze testideeën toetsen bij mensen die dit voor de kost doen: het performanceteam en de sportwetenschappers van FC Utrecht, en niet in de laatste plaats Eelco Veldhuijzen, voormalig Head of Performance bij FC Utrecht en nu Sports & Performance Manager bij Traiectum.
Met hen checkten we niet alleen of we de juiste dingen maten, maar ook iets wat minstens zo belangrijk is: meten we het accuraat genoeg met een telefoon? Want een test kan wetenschappelijk kloppen en alsnog onbruikbaar zijn als de cijfers er te ver naast zitten. Dus namen we onze telefoons mee naar Traiectum en legden we onze metingen naast hun "echte" apparatuur: speedgates en force plates, het gereedschap waar professionele performancecijfers vandaan komen.
De eerste keer zaten we er nog te ver naast, vooral bij de acceleratie en de sprong. Maar door de video's terug te kijken, snapten we precies waar het aan lag: niet aan de telefoon, maar aan ons eigen protocol. We bogen bij de start voorover, activeerden het poortje te vroeg met de hand, en filmden de sprong op een te lage framerate om de luchttijd goed te vangen. Allemaal oplosbaar. We pasten het protocol aan, kwamen terug, en de tweede keer zat de sprint gemiddeld op zo'n 3,5% van de profapparatuur en de sprong op zo'n 2 à 3%. Voor een meting met een telefoon en een paar pionnen viel dat ons reuze mee. Die validatie gaf ons de zekerheid dat we het veld op konden.
Het echte werk: avond na avond op het veld
Dat veld op gaan bleven we doen, en het is misschien wel het belangrijkste dat we kunnen aanraden. Heel veel avonden, bij heel veel clubs, dwars door alle niveaus heen: van VV Kampong JO19 en een Vitesse-seniorenteam tot meidenteams bij VV Zwaluwen en ESA Rijkerswoerd, en de JO13 van DAW Schaijk. Telkens pionnen uitzetten, telefoons klaarzetten, en een team dat die avond geen normale training had maar onze testsessie, en daar vol voor ging.
Maar wat die avonden ons echt opleverden, waren niet de cijfers. Het waren de gesprekken met de coaches. We vroegen elke keer: waar loop jij tegenaan? Wat is bij jullie de realiteit? En dáár leerden we het meest. Dat een trainer geen meetlint heeft maar wel een veld vol lijnen, of juist een veld zónder lijnen. Dat er maar twee vrijwilligers zijn om alles in goede banen te leiden. Dat een uur training echt een uur is, inclusief klaarzetten en de warming-up. Elke avond schaafden we weer iets bij, niet achter de laptop, maar op basis van wat coaches ons vertelden.
Cijfers zijn pas wat waard als je ze begrijpt
Hoe meer we testten, hoe duidelijker een tweede uitdaging werd. Een speler die 27 km/u sprint of 1.200 meter loopt op de Yo-Yo: is dat goed? Voor een coach zonder sportwetenschappelijke achtergrond zegt zo'n getal op zichzelf bijna niets. En een test die je niet kunt duiden, gebruik je geen tweede keer.
Dus staken we minstens zoveel tijd in hóé je de resultaten presenteert als in de tests zelf. We vertaalden ruwe cijfers naar begrijpelijke categorieën, van "Poor" tot "Excellent", naar een teamprofiel dat in één oogopslag laat zien waar je sterk bent en waar de ontwikkelpunten liggen, en naar concrete trainingsadviezen. Niet "je acceleratie is 20,8 km/u", maar "als team scoor je bovengemiddeld op snelheid, maar acceleratie is een aandachtspunt, dus hier zijn een paar oefeningen". Anders blijft het een getal dat na die avond in een la verdwijnt.
Waarom benchmarkdata zo belangrijk is
En daar komt de benchmarkdata om de hoek kijken, waar we gaandeweg steeds meer tijd in zijn gaan steken. Een score betekent pas iets als je 'm kunt vergelijken: met leeftijdsgenoten, met spelers van hetzelfde geslacht, op hetzelfde niveau. Zonder die referentie is elk getal los zand.
Het probleem: voor amateurvoetballers bestaat die referentie wetenschappelijk gezien nauwelijks. Bijna alle beschikbare benchmarkdata komt uit de profwereld of uit gecontroleerde studies, en is daarmee weinig representatief voor een doordeweeks breedtesportteam. En voor vrouwen en meiden is het nóg schraler: daar is structureel weinig data, terwijl het vrouwenvoetbal hard groeit. Een 15-jarige speelster verdient een eerlijke vergelijking met haar leeftijdsgenoten, niet met een mannelijke prof.
Daarom bouwen we die referentie nu zelf op, avond na avond, team na team. Per leeftijdsgroep en geslacht groeit onze dataset, en hoe meer teams meedoen, hoe scherper en eerlijker de benchmarks worden.
De eerlijke waarheid over R&D in een startup
We zouden graag zeggen dat we daarna ook nog de grote testdagen met meer dan twintig teams tegelijk hebben gedraaid, precies zoals we het hadden gepland. Maar dat is niet wat er gebeurde. Het bleek logistiek gewoon lastig om dat op grote schaal met clubs ingepland te krijgen. Toen kwam de zomerstop, en daarna kwam de dagelijkse praktijk bij Mingle ertussen. Zoals het vaak gaat.
En dat is misschien wel de eerlijkste les van dit hele traject: zo werkt R&D binnen een startup nou eenmaal. Je zwengelt een project aan, het loopt een tijdje hard, dan zakt het naar de achtergrond, en op een gegeven moment pak je het weer op. Niet elk plan eindigt waar je het had bedacht. Maar je raapt onderweg een enorme berg inzichten op, en die inzichten zitten nu verwerkt in iets concreets dat blijft.
En nu: nieuwsgierig geworden?
Alles wat we de afgelopen drie jaar hebben geleerd, verzamelen we gaandeweg in een performance testing guide voor breedtesportcoaches: de tests zelf, met basismateriaal en een telefoon, plus de protocol-lessen die we de harde weg leerden (de speedgate op 1m, filmen op de juiste framerate, hoe je een geldige sprong herkent, hoe je de video's verwerkt en de resultaten leest). Het is nadrukkelijk een work in progress, net als het hele project, en we blijven het bijschaven naarmate we meer leren.
Vind je het leuk om de tests zelf eens te proberen, of wil je gewoon wat meer weten over hoe ze werken? Dan ben je van harte welkom om een kijkje te nemen.
👉 Bekijk de Performance Testing Guide
En als je breder wilt nadenken over spelerontwikkeling: in ons ebook From Grassroots to Greatness delen negen experts, onder wie Eelco zelf, hun inzichten over hoe je spelers beter maakt, ook met beperkte tijd en middelen.
👉 Download het ebook
Traiectum-Talent-Hub
Utrecht-Oost heeft de ambitie om uit te groeien tot showcase voor 'Gezond Stedelijk Leven'. Vijf (top)sportclubs — Hellas Utrecht, VV Utrecht, SV Kampong, UZSC en FC Utrecht — werken samen aan de Sportcampus Traiectum: een nieuw ecosysteem in Sport & Vitaliteit en een katalysator voor innovatie op het gebied van welzijn en gezondheid.
Kern van de Sportcampus is de Traiectum-Talent-Hub: dé ontwikkelplek voor start-ups, scale-ups, corporates en kennisinstellingen in Sport, Bewegen & Vitaliteit. In een consortium van 18 partijen onder leiding van penvoerder FC Utrecht wordt gewerkt aan kennisontwikkeling, valorisatie en nieuwe bedrijvigheid. Zo wordt bijgedragen aan een economisch sterkere én gezondere regio. Mingle Sport is onderdeel van dit consortium.
De ontwikkeling van de Traiectum-Talent-Hub is mede mogelijk gemaakt door de Europese Unie.





